Politiek koos voorgaande jaren voor behoud thuisonderwijs

schrijvenrechtopthuisonderwijs

Onderzoeken geven geen aanleiding voor verbod of toezicht op thuisonderwijs

Thuisonderwijs bestaat al jaren in Nederland. Een aantal jaar geleden vroeg de toenmalige minister van Onderwijs zich af of thuisonderwijskinderen wel vervangend onderwijs krijgen. Zij liet het SCO-Kohnstamm Instituut onderzoek uitvoeren naar thuisonderwijs in Nederland. Hieruit bleek dat alle onderzochte kinderen vervangend onderwijs krijgen en dat de ouders dat op consciëntieuze wijze vormgeven. Vervolgonderzoek liet zien dat ook de aansluiting op de arbeidsmarkt en vervolgonderwijs zonder problemen verloopt. De conclusie van de minister was dan ook dat er geen aanleiding was voor een verbod of toezicht op thuisonderwijs.

Tweede Kamer stelt voorwaarden aan thuisonderwijs

Nadat in voorgaande jaren de onderzoeken van het SCO-Kohnstamm Instituut afdoende waren gebleken om de minister te doen besluiten niets te veranderen aan de Leerplichtwet, kwam het afschaffen van thuisonderwijs in 2011 weer ter sprake. Aanleiding hiervoor was de sluiting van het Islamitisch College Amsterdam en de aankondiging van een groep moslimouders om zich te beroepen op vrijstelling van de leerplichtwet voor hun kinderen. Het resultaat van het debat in de Tweede Kamer was dat thuisonderwijs niet werd afgeschaft, maar dat er toezicht ingesteld moest worden op basis van enkele door hen gestelde voorwaarden.

Onderwijsraad adviseert handhaving vrijstelling leerplicht

De Onderwijsraad bracht in 2012 het advies ‘Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief’ uit. Hierin doet de raad ook uitspraak over thuisonderwijs. De conclusie van de Onderwijsraad is dat ‘De raad in overweging [geeft] om bij vrijstelling van de leerplicht op basis van de Leerplichtwet de bestaande situatie te handhaven.’ In het advies van de Onderwijsraad is dus sprake van het behouden van thuisonderwijs. In het verdere advies wordt aangeraden om waarborgen te creëren dat ouders vervangend onderwijs aanbieden en om ‘adequaat en proportioneel’ toezicht in te stellen op thuisonderwijs. Een bevestiging dus van het in 2011 genomen besluit door de Tweede Kamer.

Verder vindt de Onderwijsraad verruiming van geldige richtingbezwaren voor een vrijstelling op basis van artikel 5b met ‘pedagogische of andere waardeoriëntaties’ ter afweging door de wetgever. Hiermee zien wij dat de Onderwijsraad een opening biedt aan de wetgever voor het verruimen van het recht op vrijstelling met bezwaren anders dan levensbeschouwelijke. Dat is een ontwikkeling die de NVvTO zeer zou aanmoedigen. Een verruiming van de gronden om vrijstelling van de leerplicht te krijgen, sluit aan bij de verruiming van de oprichtingseisen voor bijzondere scholen die de staatssecretaris voor ogen heeft. Naar onze mening zou een verruiming daarom een logische keuze zijn.

Dekker slaat alle onderzoeken en adviezen in de wind

Ondertussen had het ministerie van OCW een wetswijziging in voorbereiding waarin het toezicht uitgewerkt werd. De NVvTO was actief betrokken bij het proces van wetswijziging als een van de partijen uit het veld. Er werd constructief samengewerkt met het ministerie van OCW.

Op geen enkele wijze werden door het ministerie van OCW signalen afgegeven dat realisering te moeilijk of te kostbaar zou zijn. Desondanks stelt staatssecretaris Dekker in zijn brief voor om thuisonderwijs af te schaffen.

De reactie van de woordvoerder van de Inspectie van het Onderwijs (in 2008) na een vraag waarom thuisonderwijzers in Nederland met achterdocht worden behandeld: ‘Het principe “onbekend maakt onbemind” speelt in ons land waarschijnlijk een rol. Ervaringen in het buitenland: België, Engeland, de VS, laten zien dat voor argwaan helemaal geen reden is. Kinderen die in die landen thuisonderwijs hebben gekregen, presteren niet slechter en dikwijls zelfs beter dan kinderen die schoolonderwijs hebben gevolgd.’

Gebrek aan continuïteit in beleid

De NVvTO ziet geen aanleiding tot de voorgestelde beleidswijziging om thuisonderwijs te verbieden. De aankondiging tot een verbod op thuisonderwijs door het schrappen van vrijstelling wegens richtingsbedenkingen is niet gebaseerd op (nieuwe) redenen. Ook het advies van de Onderwijsraad geeft hiertoe geen aanleiding.

De staatssecretaris verwijst in zijn brief naar één ander Europees land waar vrijstelling wegens richtingsbedenkingen (thuisonderwijs) bij wet niet mogelijk is en maakt hierbij een onvolledige vergelijking. Dat enkele Europese landen hun burgers de afgelopen zeventig jaar geen ruimte geboden hebben voor deze fundamentele vrijheden, heeft een eigen historie en is naar onze overtuiging geen rechtvaardiging voor een beleidswijziging in Nederland. Er bestaan immers veel meer Europese landen die deze vrijheid sinds de negentiende eeuw wél in hun grondwet geregeld hebben en waar burgers naar tevredenheid op zeer kleine schaal van dit recht gebruikmaken.

Bronnen:

– Kohnstamm onderzoeken (eerste en vervolgonderzoek):
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/sco802.pdf
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/ki840.pdf
– Onderwijsraad advies: http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/656/documenten/artikel-23-grondwet-in-maatschappelijk-perspectief.pdf
– Brief Dekker: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/07/13/kamerbrief-reactie-op-onderwijsraadadvies-artikel-23-grondwet-in-maatschappelijk-perspectief.html
– Citaat Inspectie van het Onderwijs: Tijdschrift “Groter groeien”, 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Volgen


   
 

Vul uw e-mailadres in om een e-mail te ontvangen van nieuwe berichten