Filed under Hoofdpunten

Aantal thuisonderwijskinderen in Nederland al jarenlang zeer klein

Keuze voor thuisonderwijs wordt zorgvuldig en gewetensvol gemaakt

Ouders die besluiten hun kind thuisonderwijs te geven, nemen deze beslissing niet lichtvaardig. In alle gevallen gaat daar een zorgvuldig proces aan vooraf waarin de ouders zich verdiepen in thuisonderwijs als onderwijsvorm en waarin zij de voor- en nadelen van thuisonderwijs op gewetensvolle wijze tegen elkaar afwegen. De keuze voor thuisonderwijs brengt een forse investering met zich mee in tijd en geld en niet iedere ouder kan of wil daarvoor kiezen. Dit is de reden dat het aantal thuisonderwijzers in Nederland en in het buitenland zeer beperkt blijft.
nulkommanuleenprocentgrafiek

Thuisonderwijs is een zeer kleine groep

In zijn brief stelt de staatssecretaris dat de toename van het aantal thuisonderwijskinderen in dertien jaar tijd naar zo’n 400 leerlingen hem zorgen baart. Graag wijzen wij erop dat er in Nederland meer dan 2,5 miljoen leerplichtige kinderen zijn. De groep van 400 thuisonderwijskinderen is dus zeer, zeer klein, zowel in absolute als in relatieve aantallen. Het gaat om zo’n 0,01% van de leerplichtige kinderen en deze groep is al dertien jaar lang zeer klein. Vanuit dat oogpunt bekeken lijkt ‘zorgen maken over toename’ uiterst overdreven.

Angst voor ‘aanzuigende werking’ is ongegrond

De NVvTO hoopt dat het voorstel tot afschaffing van vrijstelling wegens richtingbezwaren niet wordt ingegeven door angst voor een aanzuigende werking door het mogelijk maken van ‘kleur verschieten’ van scholen, een voorstel dat ook in de brief van de staatssecretaris wordt behandeld in het kader van artikel 23. Deze angst lijkt ons namelijk ongegrond. Kleurverschieten is voor het voortgezet onderwijs immers al sinds 2008 mogelijk en heeft niet gezorgd voor een toevlucht van kinderen in deze leeftijdsgroep naar thuisonderwijs.

Ook in andere Europese landen waar thuisonderwijs een volledig vrije keuze is, blijft de groep thuisonderwijzers zeer klein. In de meeste van deze landen komt het thuisonderwijs niet boven de 0,1% van het aantal kinderen in de schoolgaande leeftijd uit.

Bronnen:

– School niet per se beste voor kind – James Kennedy http://www.trouw.nl/tr/nl/4328/Opinie/article/detail/1872741/2011/04/09/School-niet-per-se-beste-voor-kind.dhtml
– Kohnstamm onderzoeken (eerste en vervolgonderzoek):
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/sco802.pdf
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/ki840.pdf

Thuisonderwijskinderen ontwikkelen zich goed op sociaal-emotioneel vlak

handen recht op thuisonderwijs

‘De term sociaal-emotionele ontwikkeling maakt opgang. Kort gezegd verwijst de term naar het verschijnsel dat kinderen leren omgaan met anderen – het sociale deel – en leren omgaan met gevoelens zoals vreugde, verdriet en boosheid – het emotionele deel.’

Uit: JSW jaargang 89, nummer 1, ‘Is school echt zo belangrijk voor de sociaal-emotionele ontwikkeling?’

Onderzoeken tonen goede sociaal-emotionele ontwikkeling aan

Het is een hardnekkig vooroordeel dat de sociaal-emotionele ontwikkeling van thuisonderwijskinderen moeizamer zou verlopen dan die van schoolgaande kinderen. Gelukkig hoeven we niet te gissen naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van thuisonderwijskinderen, want deze is uitgebreid onderzocht in binnen- en buitenland. Er zijn vele onderzoeken beschikbaar en in het bezit van het ministerie van OCW die consistent laten zien dat thuisonderwijs een volwaardige vorm van onderwijs is, die goede resultaten boekt op zowel cognitief als sociaal-emotioneel vlak; resultaten die vergelijkbaar zijn met de resultaten van schoolonderwijs [1,2]. Er zijn tevens onderzoeken die constateren dat thuisonderwijs door zijn flexibiliteit en individuele benadering een geschikte onderwijsvorm is voor kinderen met speciale leerbehoeften [1], zoals kinderen met leerproblemen [3] en hoogbegaafde kinderen [4].

School is niet de enige plek voor een kind om te groeien op sociaal-emotioneel vlak

In de brief van staatssecretaris Dekker lezen wij zijn zorg over de sociaal-emotionele ontwikkeling van onze kinderen. De staatssecretaris denkt dat alleen scholen in staat zouden zijn om kinderen te helpen bij een goede sociaal-emotionele ontwikkeling. Niets is minder waar. Om te beginnen verloopt de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen die een school bezoeken niet altijd voorspoedig, zoals ook blijkt uit de regelmatig terugkerende discussies over pesten op school en depressieve middelbare scholieren. Daarnaast zijn er veel plekken buiten school waar kinderen kunnen groeien in hun sociaal-emotionele ontwikkeling: sportclubs, scouting, muziekverenigingen, in de speeltuin, op familiebezoek, bij de kassa van de supermarkt, tijdens het spelen bij vriendjes, noem maar op.

Thuisonderwijs als uitstekende basis voor sociaal-emotionele ontwikkeling

Als thuisonderwijzers krijgen wij regelmatig de vraag hoe het kan dat onze kinderen zich op sociaal-emotioneel vlak goed kunnen ontwikkelen zonder dat zij naar school gaan. Het is belangrijk om hierbij onderscheid te maken tussen het hebben van sociale contacten en een gunstige sociaal-emotionele ontwikkeling. Sociale contacten leiden niet automatisch tot het leren van goede sociale vaardigheden of emotionele veerkracht. Hiervoor is begeleiding nodig, door mensen met betere sociale vaardigheden dan het kind zelf. Door de een-op-eenleersituatie tussen ouder en kind die thuisonderwijs biedt, is het makkelijker om het kind op sociaal-emotioneel vlak te begeleiden en op de goede weg te helpen. Deze leersituatie heeft nog een belangrijk voordeel, namelijk dat de lesstof veel sneller doorlopen kan worden, waardoor er meer tijd is voor spelen, sport, clubjes, uitjes, familiebezoek enzovoorts. Allemaal zaken die de sociaal-emotionele ontwikkeling ten goede komen.
Daarnaast biedt het leren in de vertrouwde, veilige en rustige thuisomgeving een uitstekende stressvrije basis voor het oefenen van sociale vaardigheden en het groeien in emotionele veerkracht.

Zorg om sociaal-emotionele ontwikkeling berust op ongegronde vooroordelen

Thuisonderwijzers begrijpen de vooroordelen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van thuisonderwijskinderen. Velen van ons hebben die zelf ook gehad voordat we ons grondig in thuisonderwijs hadden verdiept. Wij stellen echter heel duidelijk dat de aannames onjuist zijn. We zien geen bewijs in de vele onderzoeken die op dit vlak zijn gedaan, noch in de dagelijkse praktijk. Onze kinderen zijn zeer actief en staan met beide benen middenin de maatschappij. Wij zien dan ook geen bewijs voor de stellingen die gedaan worden in de brief van staatssecretaris Dekker.

Thuisonderwijs is een innovatieve en zeer succesvolle onderwijsvorm met uitgebreide aandacht voor de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Het heeft zich als excellente, op het individu afgestemde onderwijsvorm al jarenlang in binnen- en buitenland bewezen.

Bronnen:

Definitie op http://www.jsw-online.nl/assets/documentenservice_zen/jsw/archief/2004/01_september_2004/jrg89-september2004-blok-isschoolechtzobelangrijkvoordesociaalemotioneleontwikkeling.pdf

[1] Kunzman, R. & Gaither, M. (2013). Homeschooling: A comprehensive survey of the research. Other Education: The Journal of Educational Alternatives, 2(1): 4-59.

[2] Blok, H. (2002). De effectiviteit van thuisonderwijs, een overzicht van onderzoeksresultaten. Nederlands Tijdschrift voor Onderwijsrecht en Onderwijsbeleid, jaargang 14, nr. 4, p. 151-163.

[3] Arora, T. (2006). Elective home education and special educational needs. Journal of Research in Special Educational Needs, 6(1), 55-66.

[4] Goodwin, C. B. & Gustavson, M. (2009). Gifted homeschooling in the US. NAGC Magazine, 26-28.

Recht op onderwijs en toezicht zijn goed te waarborgen

toezichtrechtopthuisonderwijs

Tweede Kamer stelt voorwaarden aan thuisonderwijs

Artikel 23 van de grondwet stelt ‘Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid’. Onderzoek onder Nederlandse thuisonderwijsgezinnen in opdracht van het ministerie van OCW door het SCO-Kohnstamm Instituut liet zien dat alle onderzochte kinderen vervangend onderwijs krijgen en dat de ouders dat op consciëntieuze wijze vormgeven. Vervolgonderzoek liet zien dat ook de aansluiting op de arbeidsmarkt en vervolgonderwijs zonder problemen verloopt. De toenmalige minister van onderwijs Van Bijsterveldt schreef in december 2010 aan de Tweede Kamer dat ze naar aanleiding van deze onderzoeken geen reden zag voor toezicht.

In 2011 werd thuisonderwijs wederom besproken in de Tweede Kamer. Het resultaat van dit debat was dat er een lichte vorm van toezicht ingesteld zou worden op thuisonderwijs. Dat toezicht zou bestaan uit enkele nadere voorwaarden, namelijk: ouders zijn jaarlijks verplicht schriftelijk te verklaren vervangend onderwijs aan te bieden en moeten een plan van aanpak maken waarin staat hoe zij vervangend onderwijs voor hun kinderen vormgeven. Een externe deskundige geeft advies op dit plan van aanpak en een leerplichtambtenaar voert jaarlijks een (voortgang)gesprek met de ouders.

De Onderwijsraad bracht in 2012 het advies ‘Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief’ uit. Hierin adviseert de raad om voor thuisonderwijs waarborgen te creëren dat ouders vervangend onderwijs aanbieden en om ‘adequaat en proportioneel’ toezicht in te stellen op thuisonderwijs. Een bevestiging dus van het in 2011 genomen besluit door de Tweede Kamer.

Staatssecretaris Dekker kiest voor een radicale koerswijziging

In overeenstemming met de besluitvorming had het ministerie van OCW een wetswijziging in voorbereiding waarin het recht op onderwijs en een vorm van toezicht gewaarborgd zouden worden. De NVvTO was actief betrokken bij het proces van wetswijziging als een van de partijen uit het veld. Er werd constructief samengewerkt met het ministerie van OCW.

Op geen enkele wijze werden door het ministerie signalen afgegeven dat realisering te moeilijk of te kostbaar zou zijn. Dit valt niet te rijmen met de stelling van Dekker dat toezicht moeilijk uitvoerbaar en te kostbaar zou zijn en is bovendien geen reden voor een verbod op thuisonderwijs.

Toezicht is mogelijk tegen lage kosten en is eenvoudig uitvoerbaar

De NVvTO is bereid mee te werken aan passend toezicht en de plannen van het ministerie voor toezicht waren ook al in een vergevorderd stadium. De jaarlijkse kosten per thuisonderwijskind van het gekozen model voor toezicht waren slechts een fractie van de jaarlijkse kosten voor schoolkinderen.

Als NVvTO zouden we graag deze gesprekken over het waarborgen van onderwijs en inrichten van toezicht willen voortzetten. Daarnaast hebben wij nog verschillende suggesties voor verdere verbeteringen die de lasten nog meer zouden kunnen verlagen en de uitvoerbaarheid vereenvoudigen.

We verwijzen hierbij graag naar veelvoorkomende voorbeelden in het buitenland waarin aangetoond is dat adequaat en proportioneel toezicht op thuisonderwijs wel degelijk mogelijk is.

Prof. Paul Zoontjens, lid van de Onderwijsraad in zijn stuk ‘Dekker op glad ijs – of waarom het schrappen van “richtingbezwaren” niet zo’n goed idee is’: ‘Tenslotte, met regels en toezicht op thuisonderwijs maakt de overheid zich daaraan niet medeplichtig. Dat is een absurde en gevaarlijke gedachte. Dat zou betekenen dat onderwijs alleen kan bestaan als de overheid zich daarachter kan stellen. Zo’n stellingname smoort elke opvatting over vrijheid van onderwijs in de kiem. Bij zoveel onbegrip lijkt het mij dat de staatssecretaris een warm debat binnen en buiten de Kamer tegemoet kan zien. Laat dit een aftrap daarvoor zijn!”

Bronnen:

– Kohnstamm onderzoeken (eerste en vervolgonderzoek):
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/sco802.pdf
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/ki840.pdf
– Brief van Bijsterveldt over behoud 5.b en inrichten toezicht met 6 voorwaarden en de bijlage:
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leerplicht/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/12/13/kamerbrief-over-vrijstelling-van-de-leerplicht-om-levensbeschouwelijke-redenen.html
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/leerplicht/documenten-en-publicaties/richtlijnen/2011/12/13/voorwaarden-voor-vrijstelling-leerplicht-vanwege-richtingsbedenkingen.html
– Onderwijsraad advies: http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/656/documenten/artikel-23-grondwet-in-maatschappelijk-perspectief.pdf
– Brief Dekker: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/07/13/kamerbrief-reactie-op-onderwijsraadadvies-artikel-23-grondwet-in-maatschappelijk-perspectief.html

Politiek koos voorgaande jaren voor behoud thuisonderwijs

schrijvenrechtopthuisonderwijs

Onderzoeken geven geen aanleiding voor verbod of toezicht op thuisonderwijs

Thuisonderwijs bestaat al jaren in Nederland. Een aantal jaar geleden vroeg de toenmalige minister van Onderwijs zich af of thuisonderwijskinderen wel vervangend onderwijs krijgen. Zij liet het SCO-Kohnstamm Instituut onderzoek uitvoeren naar thuisonderwijs in Nederland. Hieruit bleek dat alle onderzochte kinderen vervangend onderwijs krijgen en dat de ouders dat op consciëntieuze wijze vormgeven. Vervolgonderzoek liet zien dat ook de aansluiting op de arbeidsmarkt en vervolgonderwijs zonder problemen verloopt. De conclusie van de minister was dan ook dat er geen aanleiding was voor een verbod of toezicht op thuisonderwijs.

Tweede Kamer stelt voorwaarden aan thuisonderwijs

Nadat in voorgaande jaren de onderzoeken van het SCO-Kohnstamm Instituut afdoende waren gebleken om de minister te doen besluiten niets te veranderen aan de Leerplichtwet, kwam het afschaffen van thuisonderwijs in 2011 weer ter sprake. Aanleiding hiervoor was de sluiting van het Islamitisch College Amsterdam en de aankondiging van een groep moslimouders om zich te beroepen op vrijstelling van de leerplichtwet voor hun kinderen. Het resultaat van het debat in de Tweede Kamer was dat thuisonderwijs niet werd afgeschaft, maar dat er toezicht ingesteld moest worden op basis van enkele door hen gestelde voorwaarden.

Onderwijsraad adviseert handhaving vrijstelling leerplicht

De Onderwijsraad bracht in 2012 het advies ‘Artikel 23 Grondwet in maatschappelijk perspectief’ uit. Hierin doet de raad ook uitspraak over thuisonderwijs. De conclusie van de Onderwijsraad is dat ‘De raad in overweging [geeft] om bij vrijstelling van de leerplicht op basis van de Leerplichtwet de bestaande situatie te handhaven.’ In het advies van de Onderwijsraad is dus sprake van het behouden van thuisonderwijs. In het verdere advies wordt aangeraden om waarborgen te creëren dat ouders vervangend onderwijs aanbieden en om ‘adequaat en proportioneel’ toezicht in te stellen op thuisonderwijs. Een bevestiging dus van het in 2011 genomen besluit door de Tweede Kamer.

Verder vindt de Onderwijsraad verruiming van geldige richtingbezwaren voor een vrijstelling op basis van artikel 5b met ‘pedagogische of andere waardeoriëntaties’ ter afweging door de wetgever. Hiermee zien wij dat de Onderwijsraad een opening biedt aan de wetgever voor het verruimen van het recht op vrijstelling met bezwaren anders dan levensbeschouwelijke. Dat is een ontwikkeling die de NVvTO zeer zou aanmoedigen. Een verruiming van de gronden om vrijstelling van de leerplicht te krijgen, sluit aan bij de verruiming van de oprichtingseisen voor bijzondere scholen die de staatssecretaris voor ogen heeft. Naar onze mening zou een verruiming daarom een logische keuze zijn.

Dekker slaat alle onderzoeken en adviezen in de wind

Ondertussen had het ministerie van OCW een wetswijziging in voorbereiding waarin het toezicht uitgewerkt werd. De NVvTO was actief betrokken bij het proces van wetswijziging als een van de partijen uit het veld. Er werd constructief samengewerkt met het ministerie van OCW.

Op geen enkele wijze werden door het ministerie van OCW signalen afgegeven dat realisering te moeilijk of te kostbaar zou zijn. Desondanks stelt staatssecretaris Dekker in zijn brief voor om thuisonderwijs af te schaffen.

De reactie van de woordvoerder van de Inspectie van het Onderwijs (in 2008) na een vraag waarom thuisonderwijzers in Nederland met achterdocht worden behandeld: ‘Het principe “onbekend maakt onbemind” speelt in ons land waarschijnlijk een rol. Ervaringen in het buitenland: België, Engeland, de VS, laten zien dat voor argwaan helemaal geen reden is. Kinderen die in die landen thuisonderwijs hebben gekregen, presteren niet slechter en dikwijls zelfs beter dan kinderen die schoolonderwijs hebben gevolgd.’

Gebrek aan continuïteit in beleid

De NVvTO ziet geen aanleiding tot de voorgestelde beleidswijziging om thuisonderwijs te verbieden. De aankondiging tot een verbod op thuisonderwijs door het schrappen van vrijstelling wegens richtingsbedenkingen is niet gebaseerd op (nieuwe) redenen. Ook het advies van de Onderwijsraad geeft hiertoe geen aanleiding.

De staatssecretaris verwijst in zijn brief naar één ander Europees land waar vrijstelling wegens richtingsbedenkingen (thuisonderwijs) bij wet niet mogelijk is en maakt hierbij een onvolledige vergelijking. Dat enkele Europese landen hun burgers de afgelopen zeventig jaar geen ruimte geboden hebben voor deze fundamentele vrijheden, heeft een eigen historie en is naar onze overtuiging geen rechtvaardiging voor een beleidswijziging in Nederland. Er bestaan immers veel meer Europese landen die deze vrijheid sinds de negentiende eeuw wél in hun grondwet geregeld hebben en waar burgers naar tevredenheid op zeer kleine schaal van dit recht gebruikmaken.

Bronnen:

– Kohnstamm onderzoeken (eerste en vervolgonderzoek):
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/sco802.pdf
http://www.kohnstamminstituut.uva.nl/rapporten/pdf/ki840.pdf
– Onderwijsraad advies: http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/656/documenten/artikel-23-grondwet-in-maatschappelijk-perspectief.pdf
– Brief Dekker: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/07/13/kamerbrief-reactie-op-onderwijsraadadvies-artikel-23-grondwet-in-maatschappelijk-perspectief.html
– Citaat Inspectie van het Onderwijs: Tijdschrift “Groter groeien”, 2008

Volgen


   
 

Vul uw e-mailadres in om een e-mail te ontvangen van nieuwe berichten